Kunst
We lopen achter hem aan, hij met gebogen nek turend naar een dikke tablet waar hij af en toe met zijn wijsvinger in prikt, speciaal voor gebruik in de bouw, dikke, stoffige knuisten, grove bewegingen, ruwe behandeling, valbestendig. Laarzen, van die halfhoge met een ritsje voor een gemakkelijke instap, spijkerbroekspijpen er slordig ingepropt, lichtbruin leer, ze ogen veel te zwaar om lekker mee te lopen; hij waggelt dan ook een beetje, een vermoeiende tred, lang sluik zwart haar, daaronder een vriendelijk maar net zo smoezelig gezicht met vettige bril en dikke glazen en onmodieus montuur, alsof ik hem ken, maar misschien is het een type dat meer voorkomt en alleen bekend voelt, een zachtaardige man, mijn indruk. Met de meeste mankementen tijdens de oplevering is hij het wel eens, een nieuw huis moet een feestje zijn vindt hij zelf, en dat is ook zo, maar het is niet ons nieuwe huis, het is gewoon een huis waar voor betaald is en waarvan je mag verwachten dat de verkoper het netjes in elkaar heeft geschroefd, feestje of niet, we gaan hier niet wonen, we komen logeren, daarna weer terug naar huis, een feestje, hij bedoelt het goed, de goeierd, hij absorbeert ons venijnig ongenoegen met natuurlijk talent, een vriendelijke glimlach, instemmend knikken, en overtreffende beamen. We hebben de hele binnenboel wel gezien: wanden, vloeren, deuren, er is nog best wat op aan te merken, maar het merendeel is cosmetisch: likkie verf, schroefje aandraaien, plafonnetje even spuiten, stukadoor eventjes laten aansmeren, niets is moeite, met alles eens, alles wordt onmiddellijk geregeld, het had beter gemoeten, maar we lossen het op, mijn gif onschadelijk geworden.
Drie plantenbakken op het balkon, verplicht te onderhouden door de bewoner conform de splitsingsakte, of ben ik in de war met het reglement van de VvE, ik wil er vanaf zijn, maar ergens staat dat wij ervoor moeten zorgen dat de plantjes groeien en niet doodgaan, deze urban betonjungle moet een groene stadsoase worden, en die taak ligt blijkbaar bij mij, de rest van het grondoppervlak, andermans verantwoording, is stelconplaat. Jammer alleen dat de bouwer geen buitenkraantje heeft voorzien, we geen automatische bewatering kunnen regelen en de boel na twee weken vakantie meer op een blok gedroogde turf lijkt met wat beige, houterige sprieten er aan de bovenkant uitstekend. Verder geen opmerkingen, dus ik begin over de tere plantjes in de bak, ze hebben nu al een tijdje geen water gehad, maar de goeierd pareert en vertelt dat hij ze vorige week nog wel heeft bewaterd en het nog wel een keertje wil doen hoor, als dat voor ons teveel moeite is, ik geloof hem en hij veegt het vettige haar weg van tussen zijn ogen en bril en legt het achter zijn oor. Ik kijk naar de papierdroge varens die de strijd in deze langdurige zomerhitte schijnbaar en begrijpelijk hebben verloren, een onbeduidend klimplantje hangt slap over de rand, het klimmen een onmogelijkheid geworden zonder verstevigende sapstroom, de gebakken aarde is gekrompen, er zit speling aan de zijkanten in de bak, m’n hand kan ik er tussen steken, de hosta's hebben ooit gebloeid, als bewijs of ter nagedachtenis steken hun dorre bloemstengels als bruine, uitgemergelde bamboestokjes kaal uit de grond, hun gatige bladeren hebben ze loom uitgespreid over het verhard hete aardebed, een balkon nota bene, een immens afdak achter glas, ze zullen nooit regen voelen, volledig afhankelijk zijn van mij, nooit zelf een betere plek kunnen zoeken of dieper graven naar lessend water verder in de grond, nooit gestreeld worden door vlinders of gekieteld door een torretje, ontluisd door een mier, ik zie ze vechten, ik zie ze sterven. "Wel erg onhandig om geen kraantje buiten te maken als je zoveel planten buiten wilt hebben, vind je niet?" Vraag ik de goeierd die zich omdraait en nu samen met mij naar de kwijnende bakken sneuheid kijkt, zijn lange haar weer achter zijn oor legt, glimlacht met zijn ongeschoren gezicht en zegt:"Dan gooi je deze toch weg en zet je er lekker een paar kunst in, opgelost". Ik lach schaapachtig met hem mee en terwijl we weer naar binnen gaan kijk ik nog even terloops naar de geelbruine varen op de hoek, ik zie haar ineengekrulde blad, de sporen in dotjes verdeelde kindervarentjes heeft zij neergelegd voor de wind in de wetenschap dat zij het beter zullen krijgen dan hier, maar waar stelconplaten en stoeptegels de werkelijkheid zullen zijn.
De eerste nacht in dit onwennige huis met groot balkon, natuurlijk kan ik niet slapen, tenminste niet goed en te kort. Alle dingen die nog moeten repeteren door mijn hoofd zonder voortgang of reductie, soms raak ik kwijt waar ik was en begin weer opnieuw. Ik word wakker met hetzelfde mantra aan to-do's afdraaien en staar naar het plafond, kunstplanten, godverdomme met je kunstplanten, en ik begin te scrollen naar kunstplanten, voor buiten, op een balkon, wat dat kost en hoe groot en op voorraad en kan niet kiezen en leg het weg, voor vijf minuten en dan weer kijken, uv-bestendig, 150 cm, anders lijkt de groene stadsoase geen groene stadsoase en dat wil niemand, het moet in ieder geval groen lijken, verder scrollen, verzanden in kijken naar tuinstoelen, verdwalen in eetkamerstoelen, vergeten bij hanglampen, ik ga er uit.
Koffie op het balkon, voor het eerst in mijn leven denk ik, een balkon dat mijn enige buiten is, ik staar wat in de diepte, vier hoog, maar toch, als je valt ben je dood, hoop ik, en niet gruwelijk verminkt, met verbrijzelde benen, dubbele dwarslaesie, schedelbasisfractuur en bloedende oren en blinde ogen, noem het hoogtevoorzichtig. Nog een bakkie hoor, en stoot tegen de plantenbak met mijn knie en knak een laatste groene blad van de almaar doodstrijdende varen en ik knak mee. Water halen, nu, de beslagkom van de keukenmachine is het enige wat ik heb, behalve koffiekopjes, dan dat maar, snel vul ik de bak, het water loopt traag, het duurt en ik heb haast, geen idee waarom, het gevoel dat er iets sterft en op mij wacht om gered te worden, asynchroon tijdbesef telt niet, ik heb haast en die kraan is klote. Snel de eerste lading vocht in de eerste plantenbak, de grootste, het water blijft liggen op de verharde aarde en loopt weg in de krimpkieren aan de zijkant, snel nog een, en nog een, de aarde begint eindelijk te absorberen, nog meer water halen, en nu de andere plantenbak en meer en nog meer, en de volgende bak, water, water, water, terug naar de eerste bak die nu lekker zompig begint te worden en het water direct opneemt, nee, natuurlijk veren de dorre plantjes niet direct op, maar ik voel hoe ze verfrissen, hun wortels zuigen, hun vezels vullen en ademen, en nog wat water en eindelijk loopt het er aan de onderkant uit, dat is wel genoeg voor nu, waar heb ik mijn koffie gelaten, koud geworden natuurlijk.
De volgende dag lijkt alle water weer weg, de planten zien er net zo triest uit als gisteren, water halen maar weer, beslagkom na beslagkom, vanmiddag een gieter scoren.
En dan dag vier van schijnbaar overdreven water halen: het had geregend, eindelijk, het droogste jaar ooit, nu al, het is amper zomer, de planten op het balkon hadden het alleen maar op afstand zien regenen, net niet aanraken, het viel aan ze voorbij en de zon schijnt alweer. Koffie op het balkon, met tuinstoel uit de camper, het is kamperen in een kaal huis, ik zet het kopje op de rand van de plantenbak en kijk onwillekeurig door het dordooie spul naast me, kijk nog eens met oprechte bewondering naar die pronkende builtjes sporen die de varen met ultieme krachtinspanning heeft gedrapeerd over haar pruilende bladeren, zoveel, al die weldaad als belofte aan een betere toekomst, ik schuif een blad opzij om goed te zien en kan mijn glimlach niet onderdrukken, een oppriemend heldergroen krulletje perst zich parmantig uit de vochtige aarde, gestuwd door het water spiraalt het omhoog onder de beschutting van het stervende moederblad, het is de varen gelukt, leven te bewaren voor morgen, morgen wanneer alles beter is en nieuw leven groener zal bloeien dan ooit.
Binnenkort met de camper naar Spanje, dan is het daar niet meer zo heet en hier is het eigenlijk toch ook alleen maar wachten tot de verbouwing af is, misschien toch nog maar even kijken naar wat kunstplantjes, anders ziet het er straks ook niet uit, moet er niet aan denken, lang haar.