Want uitgestorven

Deel

Zoals bijna iedere ochtend, het eerste licht streept zich zacht door de jaloezieën in fluweelgrijze parallelen op het plafond en wekt behoedzaam, ik dommel nog even weg, hoor het gestommel van de bovenburen die gehaast in hun jong ambitieuze stramien schieten, kijk hoe laat het is, twijfel, wakker worden, proberen te slapen, nog heel eventjes, hoe voel ik me eigenlijk, is de krant er al? Hoewel ik alles digitaal lees, hou ik oubollig vast aan de versie met de opgemaakte pagina's als entree naar de artikelen, zoals papier, geen idee waarom, gewenning, nostalgie. Om zeven uur is de Volkskrant er, als krant dus welteverstaan, de artikelen zijn er al eerder, die kennen niet echt een moment van op de al dan niet digitale mat vallen, die zijn een chronologische brei van berichten, first in, first out, ofwel de meest verse ellende ligt bovenop, weinig romantisch.

Het is inmiddels bijna halfacht, dus leesbrilletje graaien, mobieltje van de lader en De Volkskrant als eerste downloaden, geen idee waarom die als eerste eigenlijk, ander leesvoer bewaar ik in ieder geval voor straks bij de eerste koffie. Voorpagina; oorlog, vluchtelingen, brand in Europa, da's geen wakkerworden dus snel door naar de eerste column op de eerste rechterbinnenpagina, de positie bepaalt ook een beetje de status van de auteur heb ik het idee, net als een supermarkt, beste artikelen op de beste plek. Nog niet koud in de eerste regel en dit gedrocht ontstaat: … betekent een WK dat minstens drie maanden duurt, want extra winst. Ik ben wakker en weg, want klote. Het woord 'want' veronderstelt een redengeving, dus druk je even fatsoenlijk uit. 'Want' is ook ons enige echt nevenschikkende oorzaakswoord, het koppelt dus twee zinnen aan elkaar, zinnen dus. De columnist pakt een gedateerd modieuze Engelse amputatie, vertaalt hem verkeerd en levert geen redenering die het woordje ‘want’ juist zo graag wil. Het misplaatste Engelse jatwerk spat er vanaf: ‘because’, in 2013 zelfs woord van het jaar in de VS, om exact die reden en dat ge-/misbruik en afhakken van het woordje ’of’, bij ‘because of’, druppelt nu lauw, laat en scheef het Nederlands binnen, zo irritant, maar ik draaf alweer helemaal door, geen koffie meer nodig, jawel, wel nodig, maar niet meer om wakker te worden, en nee, eigenlijk ben ik nog helemaal niet klaar met deze frustratie; nu vervangt dus dat popie-want construct de verantwoording van de schrijver, een slappe vanzelfsprekendheid, mijn lezers en ik snappen dit saampjes, want slim. Een houding meer dan een duiding, een stelling zo plat dat de schrijver de moeite niet neemt tot verklaren, een verklaring zonder persoonlijke kosten, zonder prijs van de schrijver en dus zonder emotie, een declassering voor iedereen die wel graag een argument wil van de auteur, want hoezo want? En daarbij, de ellips die zo lekker bekt op de socials zit alweer ver in de overexposure, dan wordt de column ineens, om in het Engels te blijven, cringe, de auteur een beetje een sukkel; dit was even leuk, even hip, nu echt niet meer, voor je het weet is het mainstream, het allerergste. Ik kan niet meer verder met dit stuk, het onderwerp boeide me sowieso al niet: voetbal, WK nog wel. Een beetje napruttelend waarom ik me hier zo aan erger, swipe ik door wat pagina’s zonder echt op te letten en duik dan maar een artikel in over de vergiftiging van olifanten, ik kan er niks aan doen, maar mijn misantropische inslag stuurt mij nu eenmaal sneller naar dit soort dierenellende dan naar de zelfdestructie van de mensheid, zeker op de vroege ochtend, liever beestjes en plantjes.

Een prima stuk, nodig ook, olifanten worden vergiftigd met cyaankali, ouders en kalfjes, voor de duidelijkheid, kalfjes zijn dus de kinderen van de olifanten, kalfjes zijn bij andere dieren een abstractie geworden die niets meer met enig leven of kinderen te maken heeft, kalfsleverworst hooguit, maar bij olifantenkalfjes rest misschien nog wel enige emotie, al was het maar “ …ahh schattig”, kalfjes dus. Vanwege mijn volstrekt overdreven opwinding over de want-ellips, struikel ik hier ineens lekker net wakker over de terloopse, maar nu dus allesoverheersende zin: "In het park verblijven meerdere 'tuskers': mannetjesolifanten met uitzonderlijk grote slagtanden, elders bijna uitgestorven." en dan specifiek het woord uitgestorven. Ineens voel ik verachting van de menselijke, grotendeels toch democratische taalontwikkeling rondom eigen daderschap, ‘uitgestorven’ maakt van het onderwerp zijn eigen lijdend voorwerp, passief, het overkomt. Nee, ik ben geen taaldeskundige, maar ik voel wel taal. Uitgestorven laat de dader buiten beeld, toevallig net wanneer wijzelf die daders zijn suggereren wij onbevlekt slachtofferschap, wellicht noodlot, handig, hooguit betrof het een natuurverschijnsel, gelijk aan vanzelfsprekende consequenties, zoals uitgeblust, uitgedoofd, meer iets van een intern proces, een onoverkomelijkheid, nog net niet eigen schuld dat je uitsterft, het gebeurt nu eenmaal. Het woord is onaccusatief, je kunt er geen actieve vorm van maken, er is geen transitief mogelijk, de daad zit niet in het woord, alleen het slachtoffer, anders dan uitgeroeid door degene die uitroeit of weggeschoten door degene die (weg)schiet, uitgestorven, door degene die uitsterft? Inderdaad, waar is de daad, waar is de dader, uitsterven overkomt niet zonder oorzaak en die oorzaak weten we natuurlijk maar al te goed, we kennen hem, we kennen haar, we kennen onszelf. Ik zoek naar onderbouwing van mijn taalgevoel, er zijn "testjes" voor dergelijke nondaderwoorden, ofwel woorden waarbij het onderwerp iets ondergaat: gebruik je 'zijn' (en niet 'hebben') in de voltooide tijd (de olifanten hebben gedanst, de olifanten zijn uitgestorven vs de olifanten hebben uitgestorven en de olifanten zijn gedanst), kan het voltooid deelwoord los voor een zelfstandig naamwoord staan (de uitgestorven olifanten vs de gedanste olifanten ) of kun je het werkwoord onpersoonlijk lijdend maken (er werd gedanst vs er werd uitgestorven, dat kan echt niet, mag echt niet), nooit gedacht dat ik grammatica zo belangrijk, en gekker, zo interessant zou gaan vinden en zo vroeg in de ochtend nog wel, dat komt ook omdat wanneer je schrijft, hoe klein ook, de vrijblijvendheid van het denken vervalt, schrijven is onmiddellijk een verantwoording van gedachten, dan moet het zuiver. Bij misdaden tegen vrouwen wordt het (mannelijke) daderschap structureel weinig benoemd, bij het zwaarste delict, femicide, wordt het daderschap bij voorkeur verzacht tot 'familiedrama' of vergelijkbaar, alsof de dode vrouw een noodlot trof, meer dan goed en tragisch hard nodig dat het daderschapsbewuste woord ‘femicide’ onze taal is binnengehaald. Uitsterven is niet alleen dat het slachtoffer het leven is ontnomen, maar ook het leven van alle nakomelingen van de soort is ontzegd en daarmee het doel van het leven zelf: voortplanting van de soort. De ultieme misdaad tegen dat leven wordt verpakt in de ultieme ontkenning, opgesloten in een democratie van taal waarbij eigen daderschap wordt vermeden, het daderschap is uitgeroeid; er was eens een windje zonder geluid, dat blies zomaar alle olifantjes uit, uitgewoeid.

Ik ga eruit, dringend koffie nodig en moet plassen ook.

Aanbevelen? Signal WhatsApp