Pinksterdag

Deel
Pinksterdag

Pientje is al een tijdje aan het piepen voor de deur, ze moet zeker plassen, wel vroeg, misschien komt het door het lekkere weer, ach, we gaan gewoon, zelf ook wel zin om een beetje in de zon te slenteren, komop, gaan we Pien. Er staat een meisje te dromen over het water van de Amstel, half naar haar mobiel geknikt, half turend naar langsvarende bootjes, het is druk, Pinksterweekend en prachtig weer, onverwachte hittegolf, prachtig voor wie vraag ik me af, plots half mei bijna 30 graden, is natuurlijk helemaal niet prachtig, is vreselijk, maar wat doe ík eraan, een blokje om met de hond en dat was mijn klimaat adaptatie voor

vandaag dan ook wel weer, is ook het enige wat nog tot de opties behoort, je dan maar aanpassen aan de onvoldongenheid van de catastrofe die zich met onze aktieve medewerking over ons heen kruipt, redt jezelf broeder, redt jezelf. We lopen door, Pientje wil aan haar benen snuffelen, dat is raar, niet voor Pientje maar mijn associatie met Pientje door dat meisje, ik trek haar snel weg, Pientje dus, en loop door, de tunnel in, het voelt direct koel en klam en het stinkt, muf, kots, pies, Pinksterweekend hè. Op de betonnen rand van het voetpad, ligt allemaal zooi, ik slof wat langzamer, injectienaalden, spuiten, pleisters, ampullen, witte doosjes met iets, weetnietwat, uitgepakte naalden, ook op de grond, best eng. Ik probeer er wat van te vinden en blijf wat suf naar die berg met spullen kijken, een stelletje loopt langs; kijk dan, een hele apotheek leeggehaald ...ze wandelen door, waarom ook niet, is toch heel normaal, tientallen injectienaalden op de grond, vreemde ampullen met weet ik veel wat erin, je kunt maar beter doorlopen. Twijfelend doe ik met ze mee, nee, doe ik niet, terug, foto maken, dan doe ik zo wel een melding naar de gemeente, straks gaan kinderen doktertje spelen of trapt een hond in een naald, al is het alleen een shotje insuline, toch klote. Ik doe het nu wel gelijk, lekker even op een bankje zitten. Op een bankje zitten en niets doen, anders dan voor je uit dromen kan tegenwoordig niet meer, je moet iets doen anders ben je anders, dus een melding maken naar de gemeente is een prima excuus om niet niets te hoeven doen, of tenminste te doen alsof je wel niets doet als zichtbare activiteit, stel je voor. Ik doe er lekker lang over, ik heb maar één excuus en voor je het weet is die op, zuinig met iets doen doen is het devies. Pientje wordt het zat, de melding is allang verstuurd, ik deed nog even net alsof, daar gaan we, terug naar huis, weer langs die apotheek inventaris op straat, raar hoor, ziet er eigenlijk unheimisch uit, ik denk dat dat het juiste woord is; eng, medisch, Duits, vooral Duits ook, geen idee waarom.
Hé buurman, all good? Heb je die apotheek zien liggen in de tunnel? Toch maar politie bellen? Gemeente is gesloten, Pinksteren enzo, dan valt er niets te handhaven voor burgers, alleen maar tegen burgers – ik weet hoe hij denkt over de overheid dus dit is mild, wel terecht ben ik bang. Ik bel wel even, koffie? Een 0800-nummer met extra kosten, inputverlagend, 112 is nog gratis, maar is dit levensbedreigend? Wel in potentie maar dat telt niet, met levensbedreigend geldt eigenlijk alleen nog maar “stervend”, budgetten, dus nu nog niet, 2 cent per minuut heb ik er wel voor over, burgerplicht op eigen kosten, dat wel. Keuzenmenu, een stuk of drie, 1 is geluid, 2 is parkeren en nog eentje, niet goed opgelet, als ik blijf hangen komt er een medewerker voor alle andere minder gangbare, en volgens mijn keuzemenuinterpretatie, minder gewenste hulpvragen, maar alle medewerkers zijn reeds in gesprek, de meter loopt, ik tel m’n verlies; 2 cent, 4 cent ,6 cent, 8 cent, een dubbeltje, twee dubbeltjes, een kwartje, ouderwets muntstuk dus telt niet; een krakend meisje, ze klinkt in ieder geval als een krakend meisje, zegt iets, hoi, wat zeg je? Ik versta je niet zo goed. Ze herhaalt iets en ik ontrafel nog net ...voor u doen, ik gok dat ze wil weten wat ze voor mij kan doen. Ik leg uit dat er allemaal injectienaalden en ampullen in de voetgangerstunnel liggen, hoeveel? Nou, ongeveer een vuilniszak vol... of het in een vuilniszak zit, nee, leg ik uit, je vroeg hoeveel, dus als indicatie van omvang, ongeveer een vuilniszak vol, die begreep ze niet. Ongeveer een vierkante meter met allemaal spullen, injectiespuiten, naalden, verbandjes, doosjes met nog meer naalden, op de rand van het voetpad. O, dus niet op de grond, jawel, ook op de grond, maar het meeste op de rand, die begreep ze ook niet maar ze moest wel een duidelijke omschrijving maken voor haar collega’s dus of ik het even duidelijk wil omschrijven. En die vuilniszak, zit daar nog iets anders in, nee, er is geen vuilniszak, dat was ter indicatie, ter indicatie waarvan? Die begreep ze niet. Dozen vol? Nou, ja, nee, er liggen ook doosjes bij met inderdaad blisters met meer naalden en ampullen, maar zo goed heb ik ook weer niet gekeken, maakt dat uit? Dozen vol klinkt wel erg, hoe zal ik het zeggen. Nou, ze moest wel een goede beschrijving hebben, anders konden haar collega’s er niets mee. Dus dozen vol? Nee, ook doosjes met ampullen, denk ik, en blisters met naalden, zo leek het tenminste, maakt dat uit? Hoeveel dozen? Geen idee, twee, drie? Met hoeveel naalden? Pfff, geen idee, jaja, je collega’s, ik weet het.
Het is nogal druk vandaag, dus ik weet niet hoe laat mijn collega’s bij u kunnen zijn, ik moest alsmeblieft geduld hebben. Wat is uw postcode? En daar liggen ook de naalden? Nee, die liggen in de tunnel. Ik kan geen postcode vinden van de tunnel, mag ik uw postcode gebruiken? Zonder postcode kan ik het niet goed aan mijn collega’s doorgeven. Mogen ze u bellen? Ja natuurlijk, nee ik ben daar nu niet meer nee, maar ik woon vlakbij, dus... Hoe dicht? Tja, 100 meter? Of ik zicht had op de spullen, nee, dat niet, het is in een tunnel hè. Ik weet niet of de postcode hetzelfde is nee, maar laat ze gewoon de tunnel inlopen, dan zien ze het direct. Ik noteer toch uw postcode, mochten ze het niet kunnen vinden, dan bellen ze wel eerst met mij hoor, prima, met een onbekende nummer, dat ik daar dan rekening mee hou, oké, wanneer? Dat kon wel even duren, het is druk, Pinksteren hè, ik, ik? Ja ik moest helaas even geduld hebben, ze komen vast kijken, wel bedankt voor mijn melding.
Buurman heeft een lekker bakkie gezet, we gaan in de zon wachten op de politie, die zal toch zo wel komen?
Nog een bakkie? Welja, prachtig weer, druk op het water.
Nee, geen koffie meer hoor, ik ga zo maar naar huis, ik verbrand ondertussen hier in de zon hier, mij te heet aan het worden. Volgende week op vakantie, dat wist je he? Ja, wij ook, zin in.