Pleegei

Deel

Een vreemd schor vogelgeluid, snel repeterend, kraaiachtig, eentonig tempo, dan paniekerig bijna, een krakend kinderlijk eentonige roep om aandacht. Trage herhalingen en dan weer onweerstaanbaar versnellend, daar, in de jacaranda, daar komt het geluid vandaan, maar ik zie niets, het is ook te ver vanaf het terras. Voorzichtig sta ik op, geen schrikkerige bewegingen maken, geen geluid, zachtjes kom ik uit mijn stoel en met trage bewegingen en overdreven hoge stappen om maar niet te schuifelen door het grind, sluip ik richting de jacaranda, het geluid stopt, ik bevries gelijktijdig, toch argwaan in mijn benadering, stilte, tien, twintig seconden, een eeuwigheid, ik sta ongemakkelijk, half in een pas, op een been eigenlijk, ik begin wat te wankelen maar hou vol. Een eerste voorzichtig krakende roep, gelukkig, eentje maar, een pauze, dan een tweede, een derde en daar is het weer, het onophoudelijk trage repeteren is weer begonnen, voorzichtig trek ik mijn been bij, ontspanning, even normaal staan en stil verder naar voren, richting het geluid, ik wil zien wat dit is.

Met moeite denk ik een silhouet tussen het paars de zwemerige groene gloed van de jacaranda te ontdekken, daar, halverwege, op die dikke tak die voorlangs de stam van de boom omhoog draait? Een lange, slanke vorm, het geluid klinkt bijna als een ekster, maar nee, deze vogel is slanker, langer, iets kleiner, misschien? Ik kan het niet goed zien maar stel ondertussen mijn telelens op mijn mobiel alvast in, optische zoom en straks nog wat digitale vergroting erbij, dan zie ik vast meer dan nu. De afstand is nog steeds behoorlijk en de vogel is alweer gestopt met zijn krakerige roep, klaar om te vluchten ongetwijfeld, het grote gevaar mens blijft naderen. Ik maak wat foto’s, zeker weten dat hij me ziet, hij staat me nog een blik toe, ik zie hem nu beter, donkere staart, lichte zijkanten en een schuin aflopend kapje op zijn hoofd, zeker geen ekster, geen idee wat dan wel, nog nooit gezien hier, en dit geluid zegt me ook niets, maar het klinkt als een onvermoeibare, bijna onvolwassen roep om aandacht, een noodzakelijke roep, een existentiële van aandacht, eten, honger, alleen zijn, zo iets, aandoenlijk in zijn gekrijs.

Ik laat mijn nieuwsgierigheid gaan, de roep is te belangrijk om te verstoren door mijn menselijke gebrekkige bemoeizucht, laat het beest toch. Ik hou ongemerkt mijn adem in en sluip zo onopvallend mogelijk terug naar het terras, onzichtbaar, onhoorbaar of dat probeer ik toch in ieder geval, er zal vast wel een foto gelukt zijn. Het zenuwachtig maar toch rustige gekraai om aandacht is weer terug in het oude ritme met tussenpozen van telkens twee seconden, als een sonarbaken, ik kijk naar het beest vanaf mijn stoel en blader tegelijk met nieuwsgierig ongeduld door de fotoresultaten op mijn mobiel, ze zijn eigenlijk te donker om goed te kunnen zien welk soort dit is, de staart lang en elegant, dat wel, maar die flanken crème en gevlekt? De vraag om aandacht is nog dwingend in de achtergrond aanwezig en ik zoek naar mogelijke soorten op internet, de foto’s zijn te vaag om voor te leggen aan een vogel-appje en ook AI is van bedenkelijke intelligentie, gelukkig wel met de standaard blijk van zelfkennis onder in het scherm: Claude en other AI can make mistakes, please double-check responses. Vanmorgen las ik dat het Amerikaanse leger met behulp van Grok AI, Grok of all options nota bene, aanvallen op Iran heeft voorbereid, uitgevoerd en doelen heeft geselecteerd, Claude AI vond het een heggenmus.

We hebben een Natuurgids met alle vogels van Europa, extra bijlage Vakantiegebieden, ik kan hem niet vinden. Het is extra lastig omdat ik niet weet in welke categorie het beest valt, dat is ook van die omgekeerde cruijffiaanse kennis, je weet het pas als je het ziet, alsof de categorie enig houvast biedt wanneer je de soort niet kent omdat je het hele dier niet kunt thuisbrengen, een vogel, meer niet, ik erger me nog wat door op internet, vogels in Alicante, vogels in Zuid-Spanje, Birds of the Costa Blanca, niets lijkt erop maar een ding weet ik heel zeker, het is geen heggenmus.

Ineens wordt het geluid fanatieker, sneller, harder, kortere pauzes, de toon hoger, natuurlijk trekt het direct mijn aandacht, ik zie hem nu ook beter, het licht valt een beetje door de takken, hij houdt zijn vleugels laag en wat breder, zijn nek omlaag en kopje omhoog, ritmisch kraait hij op en neer, vooral neer, als een uitlokkende houding, korte, stotende bewegingen met het lijfje en nek naar beneden, de vleugels bij de schouders naar buiten duwend, ik zie zijn bekje open staan en met het geluid meebewegen. Uit het niets duikt van achter de heg voor de boom een ekster omhoog. Het elegante zwart-witte dier glijdt volleerd door het gebladerte en landt nauwkeurig op een tak vlak boven de aandachtvragende jongen, kijkt even om zich heen, eksters zien altijd alles, en begint hem te beantwoorden met typerende, losstaande ekstergeluiden, een paar keer, maar dan valt haar antwoord in het ritme van het jonge dier, steeds nauwkeuriger, steeds frequenter, steeds gelijkender, ineens samengesmolten in een ritmisch gekraai van herkenning en samenzijn, opluchting, blijdschap zelfs. Ik zie het nu helder, de vreemde vogel is geen ekster, maar toch, bijna even groot, ze kennen elkaar, nergens agressie, de ekster hupst naar beneden naast hem die nu nog onderdaniger doet, zij kruipt tegen hem aan, schuifelt iets met haar glanzend zwarte lichaam tegen het zijne aan en keert haar kop en snavel naar hem toe, hij maakt gulzige bewegingen met opengesperde bek en direct etende en slikkende bewegingen. Er valt tussen hen beiden iets naar beneden, onhandige verspilling, zij reageert snel, ze duikt naar beneden het eten achterna, hij schiet onmiddellijk terug in de paniekstand en begint heftig te gillen, niet weggaan, niet weggaan, ik kan niets anders horen dan dat, die paniek, het verdriet van oneindig verlies. Zij beantwoordt gelukkig alweer na enkele seconden door het op de grond gevallen stukje eten weer moederlijk zorgend aan te bieden, hij maakt tevreden kermpjes en beweegt weer laag met de vleugels naar opzij en naar beneden, ze zijn bijna even groot.

Met verbazing kijk ik naar dit schouwspel, de ekster die een totaal andere vogel van bijna gelijke grootte zo teder verzorgt. De geluidjes onderling, eksterig, maar niet helemaal, de snavels die elkaar aanraken alsof ze niet beter weten, de kinderlijke roep die zo bezorgd en geruststellend beantwoord wordt.

Door alle beweging tussen de takken door zijn beiden vogels wat opgeschoven en nu goed zichtbaar, genoeg licht voor voldoende contrast, niet teveel schaduw. Met opperste en inmiddels goed geoefende sluiptechniek lukt het me wat betere foto’s te maken, een ranke mooie vogel, de snavel lijkt nog wat kuikenachtig geel maar verder oogt hij volgroeid. Vreemdkleurige flanken, een prachtige paarsachtige gloed door de sierlijk lange staart, stippelige vlekjes aan de crèmekleurige flanken en het schuin aflopende zwarte kapje op zijn hoofd, alles is nu helder in beeld. Ik upload naar Claude AI, kom op, doe je best een keer: Op deze closere crop zie ik het beter: zwarte kop, witte keel/borst, kastanjebruine flanken, gevlekte vleugels, en die extreem lange zwarte staart. Dit is een Ekster-koekoek (Clamator glandarius, Spaans: críalo europeo) — een broedparasiet die vooral voorkomt in Zuid-Spanje. Karakteristiek zijn precies die witte vlekken op de donkere vleugels. Past perfect bij Alicante in juni.

We hebben nog een ander vogelboek, snel opzoeken via de index, verdomd, Great Spotted Cuckoo, Wikipedia ook; Ekster-Koekoek, Geelbekkoekoek. Ik lees door de online materie van het beest heen, obligate broedparasiet, de eigen ouders moeten dus wel hun ei bij een ekster achterlaten en vertrouwen op het sociale zorgkarakter van kraaiachtige. Het ei is anders van kleur en vorm maar wordt toch door de ekster geaccepteerd. Het pleegei wordt netjes met de eigen eieren uitgebroed waarna het pasgeboren jong ook niet direct alle andere pleegbroertjes en zusjes het nest uit trapt maar netjes mee opgroeit, iets sneller en met iets meer aandacht opeisen, dat wel, en dus met de meeste kans op overleven, maar toch, een relatief gemoedelijk nest. Ook na het uitvliegen blijft de ekster het pleegkind nog een tijdje voederen, vooral aangewakkerd door zijn wat drammerige honger en aandachtgeluidjes, de pleegouders weten niet beter dan dat dit hun kind is. Het pleegkind heeft eenzelfde overtuiging, dit is mijn moeder, en zo is het ook, ze zijn allemaal hetzelfde gezin, niemand kon er iets aan doen dat het zo liep, de eksterouders niet, en ook de koekoekouders niet, zij kunnen helemaal zelf geen nest maken en al helemaal geen eieren uitbroeden, ze hebben het beste gedaan wat in hun macht lag, hun kind ondergebracht bij de zo sociale en verstandige ekster, ze zouden het morgen weer zo doen.

Aanbevelen? Signal WhatsApp