Slenteren

Deel

Een woord dat bedaagd aanvoelt, net als ik daardoor, slenteren doe je niet meer, niet meer van deze tijd, ongepast. We jagen onbewust naar de Apple store, totaal geen haast, ik heb desnoods de hele dag, niets anders gepland, agenda leeg en morgen ook, maar ik loop steeds sneller, iedereen loopt snel, of loopt niet, en als je niet loopt, loop je snel door je mobiel, je jaagt door de schermen, typt her en der iets in een nieuwe snelle taal naar je duizend vrienden, de tram zie je amper aankomen maar loopt zonder op of om te kijken uit je Chinese apparaatje met Amerikaanse verslavingsprogrammatuur naar binnen, de conducteur, ook een mooi bedaagd woord, nu servicemedewerker, zegt goeiemorgen, je kijkt verward op uit je scherm, niet geïrriteerd, een beetje gestoord, dat wel, je kijkt hem net niet aan en duikt snel weer in je veilige mobiele wereld en gaat op de binnenste plek, die aan het gangpad, van een vrij bankje voor ouderen en minder validen zitten, die zijn altijd leeg, de plek naast je is voor je tas, nieteens expres, je zag niemand, je kijkt niet meer of niet meer op of om die ander, het gangpad staat inmiddels vol. Sommigen lopen snel, maar net niet snel genoeg, korte beentjes, matige motoriek, dik lijfje, zwalken, maakt niet uit, ik wil er langs, geen idee waarom, hun traagheid irriteert me zelfs, blijf niet zo asociaal naast elkaar lopen, hand in hand nog wel, oprotten, ik moet er langs, ik moet en jij moet ook, door jou moet ik, of door die ander, maar ga toch maar aan de kant, nu.

Ik mis het slenteren, geen idee waarom ik het niet meer doe, alsof het niet meer mag, niet meer kan. Een beetje sjokken, wat om je heenkijken, soms even stoppen om naar jonge meerkoetjes te staren, of de tram in weer een andere flitsend pakkende kleur, een slonzige stadsduif die een patatje eet, speciaal, de uitjes plakken aan z’n snavel, even wegdromen en dan traag weer doorsloffen, til je poten op, ik hoor mijn jeugd; moet je je nieuwe schoenen nu eens zien, je hebt ze net, loop toch eens normaal. Van sloffen en slenteren slijten je schoenen. Je voeten optillen, rug recht, handen uit je zak, doorlopen, niet dat getreuzel, we hebben niet de hele dag.

De dag is nu van mij, ik heb hem helemaal, helemaal voor mezelf, niemand pakt mijn dag nog af. Hoeveel slenteren mag er in een dag zitten, hoelang mag ik naar meerkoetjes kijken, mag ik sowieso even stilstaan en helemaal niet lopen, helemaal niet appen, helemaal niet praten of typen, wie zijn het die mij dat verwijten, mijn nietsdoen verwijten, mijn stilstand verwijten, zelf rennen ze, ja natuurlijk, ze vliegen, ze branden, ze fikken op en branden uit, het alom anglicisme hier een handlanger, maar het verwijt is voelbaar, ik zie het toch, zou het lang duren voordat de politie stopt? Ik kan me een wet voorstellen of een APV dan toch in ieder geval; wetten zijn een afspiegeling van de samenleving of zouden ze wel moeten zijn. Zouden ze allemaal haast hebben of alleen haast voelen? Ik slenter door, wens ik, maar betrap mezelf, daar gaan we weer, weer sneller, mee met de druk van de massa die je niet kunt zien, alleen maar voelen, je voelt je raar, rare slenteraar, hij heeft nieteens een mobiel, die rare slenteraar, heb ik wel, ik wil alleen niet kijken, ja wel kijken, maar niet naar dat ding, nu even niet, straks misschien weer, dan overspoel ik me wel weer met crises, honger en verdriet en vooral veel meningen die er best toe doen maar allang niets meer doen, omdat er zoveel meningen zijn, niet meer dan vroeger natuurlijk, maar nu zonder filter, steeds minder filtering, een nuance tussen de vrijheid een mening te hebben of een mening uiten, ik mis de vrijheid om een mening niet te ontvangen. Een mening wordt zo makkelijk geuit en zoveel ook, en aan zovelen, liefst aan meer, de haast om een mening te uiten die je amper zelf had, maar vaak die ander, die snelle vriend online die jou niet kent, jij hem wel, je laat je ook door iedere beïnvloeder beïnvloeden, die snelle mening van die ander overnemen scheelt nadenktijd en tijd is belangrijk om snel een volgend tijdslot haast in te passen in je liefst overduidelijk volle, drukke bestaan, alleen dán is het leven zinnig, zie mijn haast, zie mijn zinnigheid, maar een mening vormen kost gewoon tijd, kost lezen en inlezen en inleven, kost voelen en gevoelens en afweging en nuance, kost even niet jagen, even niets doen misschien, kost iets van jezelf, dus denk na, de ander is ook een jezelf en wil ook iets zeggen, je hoopt dat hij heeft nagedacht, tenminste een beetje heeft geslenterd, je kunt het zien aan zijn schoenen.

Aanbevelen? Signal WhatsApp